ECLI:NL:CRVB:2015:4043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening toeslag AOW vanaf 1999
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) tot weigering van een toeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Svb had bij bezwaar alsnog een toeslag toegekend vanaf 1 januari 2009 met nabetaling over de periode januari 2009 tot augustus 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de ingangsdatum van de toeslag ongegrond. Het hoger beroep tegen deze uitspraak werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellante verzocht vervolgens om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 6 juli 2011.
De rechtbank wees het herzieningsverzoek af omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro, die nieuwe feiten of omstandigheden vereisen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op toeslag vanaf 1999 en dat hoger beroep mogelijk moest zijn tegen de aangevallen uitspraak.
De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening bij de Raad moest worden ingediend en dat het herzieningsverzoek slechts uitzonderlijk betrekking kan hebben op oordelen waarover de Raad niet inhoudelijk heeft beslist. Hier was het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak niet-ontvankelijk verklaard, waardoor die uitzondering van toepassing is.
De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die herziening rechtvaardigen en bevestigde daarom de afwijzing van het herzieningsverzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.