ECLI:NL:CRVB:2014:1333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening AOW-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om herziening van een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin zijn aanvraag voor een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) was afgewezen wegens het ontbreken van verzekeringsjaren.
Na diverse eerdere procedures, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep en afwijzing van verzet en herzieningsverzoeken, diende appellant opnieuw een verzoek tot herziening in. Dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor het heropenen van de discussie over de juistheid van eerdere uitspraken. Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen zoals vereist in artikel 8:119 Awb Pro, bevestigt de Raad de afwijzing van het herzieningsverzoek.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 april 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de AOW-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.