ECLI:NL:CRVB:2015:3948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.W. Akkerman
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en beschikbaarheid behandelmogelijkheden bij IVA-uitkering
Appellant, werkzaam als ovenoperator, viel uit wegens oogletsel door een bedrijfsongeval en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een aanvraag voor een IVA-uitkering op 11 mei 2012 werd door het UWV een verzekeringsgeneeskundig onderzoek ingesteld. De verzekeringsarts concludeerde aanvankelijk dat er sprake was van duurzame beperkingen, maar na overleg werd vastgesteld dat er nog behandelmogelijkheden waren, waardoor een IVA-uitkering werd afgewezen.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet volledig en duurzaam was, mede omdat appellant geen cognitieve gedragstherapie (CGT) had ondergaan, terwijl dit als behandelmogelijkheid werd genoemd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel CGT had gevolgd en deze op advies van behandelaars had beëindigd, waardoor hij uitbehandeld zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk CGT heeft gevolgd, en dat het voortijdig beëindigen van de behandeling niet betekent dat verbetering niet mogelijk was. De Raad bevestigt dat er op de datum in geding behandelmogelijkheden waren met een redelijke tot goede verwachting op verbetering, zodat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor IVA-uitkering wordt afgewezen omdat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.