Uitspraak
17 april 2014, 13/5546 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2003 en werden onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over mogelijke onrechtmatigheden bij het melden van voertuigen op naam van appellant. De gemeente Rotterdam trok bijstand in en vorderde terugbetaling over diverse maanden in 2012 en 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten de schending van de inlichtingenplicht niet konden ontkennen, maar wel aannemelijk hadden gemaakt dat twee voertuigen (Mazda en aanhangwagen) voor consumptief gebruik waren en geen autohandel betroffen. Hierdoor was de intrekking en terugvordering over november 2012 en januari 2013 onvoldoende onderbouwd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de maatregel en intrekking over genoemde maanden betrof en herroept eerdere besluiten. Het college moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering van september 2012 en de vergoeding van schade. Tevens werden proceskosten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over november 2012 en januari 2013 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering van september 2012.