ECLI:NL:CRVB:2015:3881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing woningaanpassing op grond van Wmo wegens verhuizing naar niet passende woning
Appellante, geboren in 1955, kampt met diverse gezondheidsproblemen die haar mobiliteit beperken. Na verhuizing in december 2010 naar een gelijkvloerse benedenwoning met traptreden, vroeg zij in mei 2012 om woningaanpassingen op grond van de Wmo. Het college wees dit af omdat de noodzaak voortkwam uit haar verhuizing naar een niet passende woning, en appellante niet adequaat had ingespeeld op haar beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat uit medische gegevens bleek dat de verslechtering van haar gezondheidstoestand niet sneller was dan te voorzien en appellante bij verhuizing had kunnen voorzien dat aanpassingen nodig zouden zijn. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en voerde zij aan dat de verslechtering niet voorzienbaar was en dat zij onvoldoende financiële middelen had.
De Raad oordeelde dat uit het huisartsjournaal geen versnelde verslechtering bleek en dat appellante al bij verhuizing had kunnen voorzien dat aanpassingen nodig zouden zijn. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de woningaanpassing omdat de noodzaak voortkomt uit verhuizing naar een niet passende woning zonder onvoorziene verslechtering van gezondheid.