ECLI:NL:CRVB:2015:3871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WMO over bedverschoning na nadere motivering
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van ROGplus over de frequentie van het verschonen van het bed bij een zelfstandig wonende appellant. De Raad had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd geoordeeld dat de motivering van het besluit onvoldoende was.
ROGplus heeft vervolgens onderzoek gedaan en een nadere motivering gegeven, gebaseerd op een advies van de GGD Rotterdam Rijnmond, waarin werd geconcludeerd dat één keer per twee weken verschonen medisch-hygiënisch aanvaardbaar is, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Appellant voerde verzet tegen deze norm, maar kon geen bewijs leveren van afwijkende medische omstandigheden.
De Raad oordeelt dat met deze nadere motivering de gebreken in het oorspronkelijke besluit zijn hersteld. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd wegens strijd met de Awb, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd. ROGplus heeft voldaan aan de compensatieverplichting uit de Wet maatschappelijke ondersteuning door toekenning van 4 uur en 30 minuten hulp per week.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit over bedverschoning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na nadere onderbouwing.