ECLI:NL:CRVB:2015:1366

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2015
Publicatiedatum
29 april 2015
Zaaknummer
14-1412 WMO-T
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:51d AwbArtikel 4 Wmo
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over ondeugdelijke normtijden huishoudelijke hulp in Wmo-zaak

Appellant, die beperkingen ondervindt bij huishoudelijke taken, kreeg op grond van de Wmo hulp bij het huishouden toegekend. Na afloop van de eerdere toekenning onderzocht ROGplus ambtshalve de noodzaak van voortzetting en kende 4 uur en 30 minuten hulp per week toe, gebaseerd op normtijden in de beleidsregels.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de toegewezen hulp voldoende was. Appellant ging in hoger beroep en betoogde dat de hulp ontoereikend is, onder meer omdat het bed wekelijks verschoond wordt en er vaker gestofzuigd wordt dan in de normtijd is opgenomen.

De Raad concludeert dat ROGplus niet objectief heeft aangetoond waarop het uitgangspunt berust dat volstaan kan worden met het één keer per twee weken verschonen van het bed. De verwijzing naar normtijden uit overleg met zorgaanbieders is onvoldoende om de hygiënische frequentie te onderbouwen.

Voor de overige huishoudelijke taken is niet gebleken dat de normtijden niet passend zijn. Het medisch advies ondersteunt de toegewezen frequentie stofzuigen en appellant heeft onvoldoende concreet gemaakt welke taken blijven liggen.

Daarom is het besluit ondeugdelijk en moet ROGplus binnen zes weken het gebrek herstellen door het uitgangspunt over bedverschoning aan te passen aan objectieve hygiënische normen.

Uitkomst: Het besluit is ondeugdelijk wegens onvoldoende onderbouwing van de normtijden voor bedverschoning en moet door ROGplus worden herzien.

Uitspraak

14/1412 WMO-T
Datum uitspraak: 29 april 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
23 januari 2014, 13/2974 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het gemeenschappelijk orgaan ROGplus Nieuwe Waterweg Noord (ROGplus)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
ROGplus heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2015. Appellant is verschenen. ROGplus heeft zich laten vertegenwoordigen door I. de Vries.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant ondervindt beperkingen bij het uitvoeren van huishoudelijke taken. In verband hiermee is aan appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hulp bij het huishouden, klasse 3 (4 tot 6,9 uur per week), toegekend voor de periode van
1 januari 2008 tot en met 25 december 2012.
1.2.
In verband met het eindigen van deze toekenning, heeft ROGplus ambtshalve onderzocht in hoeverre appellant ook na 25 december 2012 is aangewezen op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo.
1.3.
Bij besluit van 26 november 2012, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 3 april 2013 (bestreden besluit), heeft ROGplus appellant in aanmerking gebracht voor hulp bij het huishouden HH2, met een omvang van 4 uur en 30 minuten per week, voor de periode van
25 december 2012 tot en met 24 december 2017. ROGplus heeft tijd toegekend voor zwaar huishoudelijk werk (120 minuten), licht huishoudelijk werk (60 minuten), de was
(60 minuten) en de organisatie van het huishouden (30 minuten).
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, voor zover van belang, overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt waarom ROGplus met toepassing van de normtijden niet aan de in de Wmo neergelegde compensatieverplichting heeft voldaan. Het is niet aannemelijk geworden dat de aan appellant toegekende 4 uur en 30 minuten huishoudelijke hulp in zijn geval onvoldoende is.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of ROGplus met de toekenning aan appellant van 4 uur en
30 minuten hulp bij het huishouden heeft voldaan aan de op hem rustende compensatieverplichting als bedoeld in artikel 4 van Pro de Wmo.
4.2.
Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat de toegekende 4 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden onvoldoende is om alle huishoudelijke taken uit te laten voeren. Daarbij heeft appellant aangevoerd dat de huishoudelijke hulp op zijn verzoek wekelijks het bed verschoont en twee keer per week stofzuigt.
4.3.
Het bestreden besluit verwijst naar de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012 (Beleidsregels). De Beleidsregels bevatten normtijden voor de verschillende huishoudelijke taken. Zij voorzien voor een éénpersoonshuishouden in een flat met drie of meer kamers in 120 minuten voor zware huishoudelijke taken, 60 minuten voor lichte huishoudelijke taken, 60 minuten voor de was en 30 minuten voor overname van de regie en organisatie van het huishouden. Afwijking van deze normtijden is mogelijk indien dat in het individuele geval nodig is.
4.4.
ROGplus heeft in het bestreden besluit de omvang van de voor appellant benodigde hulp bij het huishouden bepaald in overeenstemming met de in de Beleidsregels neergelegde normtijden. ROGplus heeft toegelicht dat in de normtijden is verdisconteerd dat het verschonen van het bed één keer in de twee weken plaatsvindt en dat één keer per week wordt gestofzuigd.
4.5.
De Raad is van oordeel dat ROGplus niet aan de hand van objectieve normen en criteria inzichtelijk heeft gemaakt waarop het in de normtijden gehanteerde uitgangspunt is gebaseerd dat in gevallen als die van appellant kan worden volstaan met het één keer per twee weken verschonen van het bed. De verwijzing door ROGplus naar de destijds in overleg met de koepel van zorgaanbieders tot stand gekomen normtijden voor huishoudelijke verzorging op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, is in dit kader onvoldoende. Daardoor blijft onduidelijk welke frequentie voor het verschonen van bedden uit een oogpunt van hygiëne daarbij in aanmerking is genomen.
4.6.
Met betrekking tot de aan appellant toegekende tijd in verband met de overige huishoudelijke taken is niet aannemelijk geworden dat ROGplus in de situatie van appellant niet heeft mogen uitgaan van de normtijden of dat ROGplus hiervan had moeten afwijken. Het in bezwaar door ROGplus bij GGD Rotterdam-Rijnmond ingewonnen medisch advies van 23 januari 2013 bevat geen aanknopingspunten dat in de situatie van appellant niet kan worden volstaan met het één keer per week grondig stofzuigen van de woning van appellant. Appellant heeft niet door middel van (medische) stukken aannemelijk gemaakt dat aan het medisch advies zou moeten worden getwijfeld of dat hij is aangewezen op het meer dan één keer per week stofzuigen. Verder heeft appellant niet concreet aangegeven welke huishoudelijke taken er blijven liggen. De opmerking dat er geen tijd is voor de huishoudelijke taken die niet elke week gedaan hoeven worden, is onvoldoende concreet om aan te nemen dat toepassing van de normtijden in het geval van appellant onvoldoende is of dat de toegekende hulp ontoereikend is. Deze gronden slagen niet.
4.7.
Uit hetgeen in 4.5 is overwogen vloeit voort dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke grondslag berust. Het bestreden besluit zal wegens strijd met artikel 3:2 en Pro artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in stand kunnen blijven.
4.8.
Om tot een definitieve beslechting van het geschil te komen, ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 8:51d van de Awb ROGplus opdracht te geven de aan het bestreden besluit klevende gebreken te herstellen. ROGplus dient hierbij aan de hand van objectieve hygiënische normen of richtlijnen het in de Beleidsregels vervatte uitgangspunt inzichtelijk te maken en te onderbouwen dat kan worden volstaan met het één maal per twee weken verschonen van bedden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep draagt ROGplus op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak het gebrek in het besluit van 3 april 2013 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2015.
(getekend) R.M. van Male
(getekend) I. Mehagnoul

NK