ECLI:NL:CRVB:2015:3845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor opslagkosten wegens uitsluiting op grond van WWB
Appellant, een AOW-gerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor een openstaande schuld aan opslagkosten van goederen die hij sinds 1997 opslaat met de intentie een eigen bedrijf te starten. Het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek wees de aanvraag af op grond van artikel 13 lid 1 sub g van Pro de WWB, dat uitsluiting regelt voor bijzondere bijstand bij schulden.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellant voldoende middelen heeft om in de noodzakelijke bestaanskosten te voorzien en dat geen afgewezen verzoek tot schuldsaneringskrediet of zeer dringende redenen waren aangetoond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukte dat het ontbreken van verwijtbaarheid voor het ontstaan van de schuld geen zeer dringende reden vormt en dat de gronden over de noodzakelijkheid van de opslagkosten niet tot een ander oordeel leiden.
De Raad concludeerde dat appellant niet in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor de opslagkosten en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor opslagkosten wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.