Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een AIO-aanvulling naast haar AOW-uitkering tot 14 oktober 2012. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze aanvulling omdat appellante van 14 juli tot 13 oktober 2012 in het buitenland verbleef, waarmee zij haar vakantievrijstelling had opgebruikt. Appellante vroeg later opnieuw AIO-aanvulling aan per 4 januari 2013.
De Svb wees terugwerkende toekenning af omdat geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de brief van 5 juli 2012 geen besluit was en dat haar recht ten onrechte per 14 oktober 2012 werd beëindigd.
De Raad oordeelde dat de brief wel een besluit is, omdat zij rechtsgevolgen bevatte en appellante hiertegen geen bezwaar maakte. De Raad bevestigde dat het recht op AIO-aanvulling per 14 oktober 2012 is geëindigd. Appellante slaagde er niet in bijzondere omstandigheden aan te tonen die terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op AIO-aanvulling eindigde per 14 oktober 2012.