ECLI:NL:CRVB:2015:3797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens pensioenex-echtgenoot volgens WWB
Appellante ontving sinds december 2009 bijstand op grond van de WWB. In januari 2013 meldde zij een ontvangen pensioenuitkering van haar ex-echtgenoot, waarop het college onderzoek instelde. Het college kwalificeerde een deel van het pensioen als inkomen en vorderde dit bedrag terug over de periode december 2009 tot januari 2013.
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het pensioen terecht als inkomen is aangemerkt en dat het recht op pensioen een afgeleide is van het pensioen van de ex-echtgenoot, waardoor het niet aan appellante's pensioengerechtigde leeftijd kan worden toegerekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Ook de redelijkheidstoets slaagde niet, mede omdat het college al rekening hield met verzachtende omstandigheden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens pensioenuitkering ex-echtgenoot en wijst het hoger beroep af.