ECLI:NL:CRVB:2015:3716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs niet op woonadres
Appellant ontving bijstand op basis van een opgegeven woonadres. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug omdat zij meende dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde, gebaseerd op sociale rechercheonderzoeken, waarnemingen en gebruik van nutsvoorzieningen.
Appellant betwistte deze bevindingen, onder meer het gebruik van het Diftar-systeem en de zogenaamde 'klik'-methode bij waarnemingen. De Raad concludeerde dat de onderzoeksgegevens onvoldoende bewijs boden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De waarnemingen waren beperkt in tijd en frequentie, en appellant had aannemelijke verklaringen voor zijn gedrag.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de onderliggende besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand. Tevens oordeelde de Raad dat een nieuwe aanvraag niet nodig was omdat de bijstand gecontinueerd wordt vanaf de oorspronkelijke datum. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde.