ECLI:NL:CRVB:2015:3688
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht om uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp van vier naar acht uur per week. Verweerder wees dit verzoek af op basis van medische adviezen die geen medische noodzaak voor uitbreiding constateerden.
De Raad toetste het beleid en de medische adviezen van twee geneeskundige adviseurs, die concludeerden dat appellant ondanks zijn leeftijd en psychische klachten nog in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten. Er was geen sprake van zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag.
Appellant erkende ter zitting dat hij lichte huishoudelijke taken kan uitvoeren, zij het in een aangepast tempo. De Raad vond geen objectieve medische gegevens die aanleiding geven tot uitbreiding van de vergoeding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering tot uitbreiding van huishoudelijke hulp blijft gehandhaafd.