ECLI:NL:CRVB:2015:365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim na verkeersincident
Appellant, sinds 1977 werkzaam bij de politie, werd na een verkeersincident op 26 maart 2010 waarbij hij een bedreigende situatie creëerde voor B, door de korpschef disciplinair gestraft met plaatsing in een lagere salarisschaal. Eerder was appellant al schriftelijk berispt wegens onacceptabel gedrag en privégebruik van politiesystemen.
Na bezwaar en een tussentijdse voorlopige voorziening werd het oorspronkelijke ontslagbesluit ingetrokken en vervangen door de lagere straf. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering over de duur van de straf, waarna de korpschef nadere motivering gaf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim door een bedreigende situatie te veroorzaken en zich langdurig bij B's auto op te houden zonder zich als politieagent te legitimeren. De Raad acht de oplegging van een straf voor onbepaalde tijd niet onevenredig, mede gelet op eerdere incidenten en waarschuwingen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De disciplinaire straf van plaatsing in een lagere salarisschaal voor onbepaalde tijd wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.