ECLI:NL:CRVB:2015:3596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag op grond van WWB wegens overschrijding bijstandsnorm
Appellante diende op 9 september 2013 een aanvraag in voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees deze aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde dat zij gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen had dat niet hoger was dan de voor haar geldende bijstandsnorm.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het college ten onrechte was uitgegaan van een lagere bijstandsnorm (€ 1.191,18) in plaats van 110% daarvan (€ 1.310,30), en dat haar persoonlijke situatie onvoldoende was meegewogen.
De Raad oordeelde dat de WWB een bovengrens stelt van 110% van de bijstandsnorm voor het begrip 'laag inkomen', maar dat gemeenten binnen deze grens een eigen norm mogen hanteren. Het college mocht daarom de 100% norm toepassen. Het inkomen van appellante lag met € 1.210,62 boven de gehanteerde norm, waardoor zij niet voldeed aan de inkomensvoorwaarde. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de inkomensvoorwaarde van de WWB.