ECLI:NL:CRVB:2015:3550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en weigering heropening WAZ-uitkering wegens niet-toepasselijke arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het UWV beëindigde deze uitkering met ingang van 1 januari 2011, omdat de arbeidsongeschiktheid toen was vastgesteld op 0% en later op minder dan 25%. Dit was het gevolg van het feit dat appellant sinds 2006 gedurende vijf jaar minder dan 25% arbeidsongeschikt was en in staat bleek eigen inkomsten te genereren.
Appellant verzocht om heropening van de uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 juli 2012, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet was ontstaan vóór 1 augustus 2004, zoals vereist volgens artikel 3 van Pro de WAZ. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat hem in 2006 was toegezegd dat zijn uitkering zonder herbeoordeling zou doorlopen tot zijn 65e jaar, maar deze stelling werd verworpen omdat de brief informatief was en geen aanspraken of toezeggingen inhield. Ook werd geoordeeld dat een administratieve fout van het UWV, waardoor de uitkering niet eerder werd beëindigd, geen rechten aan appellant verleende.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV het recht op uitkering terecht had beëindigd en dat appellant geen aanspraak meer kon maken op heropening van de WAZ-uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WAZ-uitkering heeft beëindigd en weigert heropening wegens niet-toepasselijke toegenomen arbeidsongeschiktheid.