ECLI:NL:CRVB:2013:2890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herkeuring WAZ-uitkering wegens niet-verzekerd zijn na 1 augustus 2004
Appellant verzocht het Uwv om een herkeuring van zijn WAZ-uitkering op grond van een vermeende verslechtering van zijn arbeidsongeschiktheid. Het Uwv wees dit verzoek af omdat appellant niet viel binnen de verzekeringskring van de WAZ, die sinds 1 augustus 2004 beperkt is tot personen die vóór die datum arbeidsongeschikt zijn geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat appellant niet verzekerd was omdat zijn arbeidsongeschiktheid na die datum was toegenomen. Ook het ontbreken van een hoorzitting in de bezwaarprocedure was volgens de rechtbank rechtmatig vanwege de duidelijke motivering en de geringe kans op succes.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen. De Raad bevestigde dat het Uwv de wettelijke bepalingen correct heeft toegepast en dat het afzien van een hoorzitting passend was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Uwv tot weigering van herkeuring bevestigd.