ECLI:NL:CRVB:2015:3538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling eigen bijdrage AWBZ ondanks nabetaling Wajong-uitkering
Appellant verbleef in een AWBZ-instelling en ontving in 2011 voor het eerst inkomen, waaronder nabetalingen van de Wajong-uitkering over het laatste kwartaal van 2010. CAK stelde de eigen bijdrage voor zorg met verblijf voor 2011 vast op basis van het belastbaar loon inclusief deze nabetalingen. Appellant voerde aan dat deze nabetalingen van 2010 het belastbaar loon moesten verminderen, omdat hij hierdoor financiële problemen had ondervonden en geld had moeten lenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de regeling voor eigen bijdragen imperatief en limitatief is, en dat artikel 8 van Pro het Bijdragebesluit zorg (Bbz) correct was toegepast. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de nabetalingen behoren tot het belastbaar loon in 2011, het eerste jaar waarin appellant inkomen genoot, en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze systematiek vanwege uitvoerbaarheid.
De Raad vond geen sprake van een zeer bijzondere situatie die afwijking van de wettelijke regels rechtvaardigt. De bezwaren van appellant tegen de vaststelling van de eigen bijdrage werden daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eigen bijdrage AWBZ voor 2011 juist is vastgesteld inclusief de nabetaling van de Wajong-uitkering.