Uitspraak
OVERWEGINGEN
In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds december 2010 bijstand en kreeg deze herzien nadat bleek dat hij maandelijks een pensioen van het ABP ontving. Het college vorderde de te veel betaalde bijstand terug over de periode december 2010 tot oktober 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het college had moeten weten van het pensioen en dat toepassing van de zesmaandenjurisprudentie tot afzien van terugvordering had moeten leiden. Tevens stelde hij dat terugvordering onaanvaardbare gevolgen zou hebben vanwege zijn schuldsanering.
De Raad oordeelde dat geen signaal was gegeven dat het college binnen zes maanden had moeten oppakken, waardoor de zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing is. Ook was appellant zelf nalatig in het melden van zijn pensioen. De mogelijke nadelige gevolgen voor het schuldsaneringstraject zijn onvoldoende om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en terugvordering van te veel betaalde bijstand bevestigd.