ECLI:NL:CRVB:2015:3461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid volgens WIA-beoordeling bevestigd
Appellant was assistent bedrijfsleider en viel uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde zijn WIA-uitkering per 17 oktober 2011 omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht en achtte hem geschikt voor meerdere geduide functies. Na ziekmelding in oktober 2012 en medische beoordelingen door verzekeringsartsen werd zijn Ziektewetuitkering per 4 maart 2013 beëindigd, omdat hij geschikt werd geacht voor zijn arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat hij niet in staat was de geduide functies te verrichten, mede vanwege psychische en longklachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde een zorgvuldig medisch onderzoek uit, betrok informatie van de behandelend sector en concludeerde dat appellant geschikt was voor de arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de medische beoordeling. Er is geen nieuwe medische informatie die beperkingen aantoont die het verrichten van de geduide functies onmogelijk maken. Ook de longklachten zijn onvoldoende ernstig bevonden om geschiktheid te betwisten.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.