Uitspraak
OVERWEGINGEN
.De WAO-uitkering kon dan ook met terugwerkende kracht worden verlaagd. Volgens de rechtbank heeft appellante aan het enkele tijdsverloop niet het vertrouwen kunnen ontlenen dat het teveel betaalde aan
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na herbeoordeling bleef de uitkering ongewijzigd, maar na het starten van een dienstverband per 1 augustus 2011 met een bruto inkomen van circa €500 per maand, stelde het UWV vast dat de uitkering te hoog was toegekend en vorderde het een bedrag van €7.838,87 bruto terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het voor appellante redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat haar inkomsten invloed hadden op de hoogte van de WAO-uitkering. Zij kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel of rechtszekerheidsbeginsel om terugwerkende kracht tegen te houden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat artikel 44 van Pro de WAO met terugwerkende kracht kan worden toegepast en dat geen dringende reden bestond om van terugvordering af te zien, ondanks de psychische klachten die appellante had ondervonden. De terugvordering werd daarom gehandhaafd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de te hoge WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.