Uitspraak
2 oktober 2014, 14/1091 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1992 belastingdeurwaarder bij de gemeente Eindhoven en ontving aanvankelijk een vaste lunchvergoeding zonder declaratieplicht. Na afschaffing van deze regeling in 2010 moest hij vanaf december 2012 declaraties indienen. Hij declareerde echter bonnetjes voor lunches die niet waren genoten of betaald, en ook voor lunches binnen een straal van 1 km van het stadhuis, in strijd met de regeling.
De gemeente liet een onderzoek uitvoeren door Hoffmann Bedrijfsrecherche, dat leidde tot een voornemen tot ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Na bezwaar en een beslissing op bezwaar werd het ontslag onvoorwaardelijk opgelegd per 20 september 2013. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd benadrukt dat de integriteit en betrouwbaarheid van een deurwaarder cruciaal zijn en dat appellant bewust de regels heeft overtreden zonder toestemming van zijn leidinggevende.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de straf disproportioneel was, hij spijt had betuigd, niet was verrijkt en een lang dienstverband had. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank, stellende dat de ernst van het plichtsverzuim en de hoge eisen aan integriteit in zijn functie het ontslag rechtvaardigen. Het beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.