ECLI:NL:CRVB:2015:3367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Y.J. Klik
- A.M. Overbeeke
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijstand in de vorm van lening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), nadat hij eerder over een aanzienlijk vermogen beschikte. De gemeente weigerde aanvankelijk bijstand vanwege onduidelijkheden over kasopnames en het bezit van vermogen. Na bezwaar verleende de commissie bijstand in de vorm van een lening voor twee jaar wegens een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de lening een punitief karakter had, waardoor de maatregelverordening WWB Breda 2012 van toepassing zou zijn, en dat hij mocht vertrouwen op een maatregel in plaats van een lening.
De Raad oordeelde dat de lening is toegekend op grond van artikel 48, tweede lid, aanhef en onder b, WWB en niet op basis van een maatregel volgens artikel 18 WWB Pro. De commissie heeft de bevoegdheid correct toegepast en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijstand in de vorm van een lening terecht is toegekend en wijst het hoger beroep af.