ECLI:NL:CRVB:2015:335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- C.C.W. Lange
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als gastvrouw jongerenzorg en barmedewerkster toen zij in 2006 uitviel door letsel en psychische klachten. Na een weigering van een WIA-uitkering in 2008 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, meldde zij zich in 2011 ziek vanwege toename van psychische klachten. Het UWV verklaarde haar per 20 maart 2012 hersteld voor haar maatgevende arbeid, waarna het recht op Ziektewet-uitkering werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en meldde zich met terugwerkende kracht ziek. Het UWV handhaafde het besluit na onderzoek door verzekeringsartsen, die concludeerden dat zij in staat was haar maatgevende werk te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen waren toegenomen en dat zij ongeschikt was voor het werk, maar de Raad oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren verricht, inclusief het meenemen van informatie van behandelend artsen. De Raad vond geen aanleiding om de conclusies van de verzekeringsartsen te betwijfelen en bevestigde de uitspraak dat appellante geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering omdat zij geschikt is voor haar maatgevende arbeid.