ECLI:NL:CRVB:2015:3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking pgb wegens niet-verantwoording besteding hulp bij het huishouden
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden van het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch. Zij was verplicht de besteding van het pgb te verantwoorden, met uitzondering van een vrij besteedbaar bedrag van 10% en de eigen bijdrage aan het CAK. Hoewel appellante een controleformulier over 2011 heeft ingediend, heeft zij niet de gevraagde bewijsstukken zoals betaalbewijzen of ondertekende verklaringen overgelegd.
Het college trok daarop het pgb in en vorderde het betaalde bedrag terug wegens niet-naleving van de verantwoordingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het collegebesluit. Appellante stelde in hoger beroep dat het vrij besteedbare bedrag en de eigen bijdrage niet verantwoord hoefden te worden en dat de noodzaak van hulp evident was, waardoor intrekking onterecht was.
De Raad oordeelde dat appellante ondanks de evidentie van de noodzaak, gehouden is het pgb te verantwoorden. Het niet afleggen van verantwoording geeft het college de bevoegdheid tot intrekking en terugvordering. De uitzonderingen op verantwoordingsplicht gelden niet als vrijwaring voor het geheel niet verantwoorden van het pgb. De belangen van het college wegen zwaarder dan die van appellante, ook gezien haar lage inkomen en ziekte. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van het pgb wordt bevestigd.