ECLI:NL:CRVB:2015:3201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies bevestigd
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en viel uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies volgens de Wet WIA, waarop zij geen bezwaar maakte.
Later meldde appellante zich ziek met rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek concludeerde een UWV-arts dat appellante geschikt was voor de geduide functies, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het onderzoek zorgvuldig en de beoordeling juist, mede gezien medische rapportages die geen afwijkingen of verslechtering toonden. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat, maar leverde geen nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor de geduide WIA-functies.