ECLI:NL:CRVB:2015:3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot intrekking en terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden.
Betrokkene had voor de periode van 10 augustus 2012 tot en met 10 augustus 2017 een pgb toegekend gekregen. Over de periode tot en met 31 december 2012 ontving zij € 445,87. Het college verzocht meerdere malen om verantwoording van het pgb door het overleggen van een zorgovereenkomst en betalingsbewijzen, maar betrokkene leverde slechts een ingevuld verantwoordingsformulier en stelde dat afspraken mondeling waren gemaakt.
Het college trok het besluit in en vorderde het bedrag terug wegens het niet voldoen aan de verantwoordingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was het pgb in te trekken en terug te vorderen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, wijst het hoger beroep af en overweegt dat mondelinge afspraken en het argument dat het pgb ook bestemd was voor sociale contacten onvoldoende zijn om de verantwoordingsplicht te ontlopen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van het pgb bevestigd.