ECLI:NL:CRVB:2015:3039
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn onder overgangsrecht AKW
Appellant, geboren in 1950, ontving vanaf 1978 een WAO-uitkering die in 1996 werd geschorst wegens het niet verschijnen voor medisch onderzoek. Vanaf 28 april 2000 ontving hij weer een WAO-uitkering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde in 2000 de kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het derde kwartaal van 1996 wegens het ontbreken van verzekering.
Appellant vroeg in 2010 opnieuw kinderbijslag aan, maar de Svb weigerde dit omdat hij op de peildatum 1 juli 2000 niet verzekerd was volgens artikel 26 en Pro 27 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat appellant voorafgaand aan 1 januari 2000 geen WAO-uitkering ontving die gelijk was aan ten minste 35% van het wettelijk minimumloon, waardoor hij niet verzekerd was onder artikel 26 KB Pro 746 en dus ook niet onder het overgangsrecht van artikel 27. Het feit dat appellant na 28 april 2000 weer een WAO-uitkering ontving, herstelde dit niet. De weigering van kinderbijslag blijft daarom van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet verzekerd was onder het overgangsrecht van de AKW.