ECLI:NL:CRVB:2015:2978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige behandeling wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van een tandheelkundige behandeling wegens parodontitis, die deels door de zorgverzekering werd vergoed. Het college wees de aanvraag af omdat de collectieve verzekering als passende en toereikende voorziening werd beschouwd en er geen zeer dringende redenen waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat de verzekering onvoldoende vergoedde en dat uitstel van behandeling tot verlies van het gebit en bijkomende klachten zou leiden, wat een dringende reden zou zijn.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en dat het niet volledig vergoeden van kosten geen grond is voor bijzondere bijstand. Voor zeer dringende redenen is vereist dat sprake is van een acute noodsituatie met levensbedreiging of blijvend ernstig letsel. Hoewel appellant ernstige psychische klachten heeft en de prognose van de parodontitis slecht is, is geen acute noodsituatie vastgesteld.
De Raad wees erop dat alternatieven zoals gefaseerde behandeling of een hardheidsclausule bij de zorgverzekeraar mogelijk zijn. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van een acute noodsituatie.