ECLI:NL:CRVB:2015:2952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening ingangsdatum WIA-uitkering ondanks nieuw medisch feit
Appellant verzocht om vervroeging van de ingangsdatum van zijn WIA-uitkering, omdat hij meende dat zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag eerder lag dan vastgesteld. Het UWV wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde dat de door appellant aangevoerde nieuwe diagnose van familiaire pachydermoperiostose een nieuw feit is in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Desondanks leidde dit niet tot een andere beoordeling, omdat het UWV het gehele klachtencomplex reeds had betrokken bij de eerdere beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Een later overgelegde verklaring van een internist kon niet worden meegewogen omdat deze niet in de bestuurlijke fase was ingebracht.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Het verzoek om vervroeging van de ingangsdatum van de WIA-uitkering werd daarom afgewezen. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vervroeging van de ingangsdatum van de WIA-uitkering wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.