ECLI:NL:CRVB:2015:2907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tijdsevenredige gratificatie ambtsjubileum bij ABP KeuzePensioen
Appellant, sinds 1971 in overheidsdienst en sinds 1991 werkzaam bij de gemeente Utrecht, verzocht om ontslag met toepassing van het ABP KeuzePensioen. Het college wees zijn verzoek om een tijdsevenredige gratificatie ambtsjubileum af, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep.
De Raad beoordeelde dat de toepasselijke regelingen, waaronder artikel 3 van Pro de Uitvoeringsregelingen Utrecht (URU), onderdeel 15v, geen recht op tijdsevenredige gratificatie geven bij gebruik van het ABP KeuzePensioen. Appellant stelde dat het college hem had moeten informeren over de gevolgen van de gewijzigde pensioenregeling en dat er sprake was van leeftijdsdiscriminatie. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens het ontbreken van ondubbelzinnige toezeggingen en oordeelde dat appellant zich had moeten informeren.
Verder werd geoordeeld dat het onderscheid in pensioenregelingen, waarbij personen geboren na 1949 geen gebruik kunnen maken van de FPU-regeling, indirect onderscheid naar leeftijd vormt maar gerechtvaardigd is door het legitieme doel van het bevorderen van arbeidsparticipatie en het betaalbaar houden van het pensioenstelsel. Het college handelde niet in strijd met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid. Het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college handelde niet in strijd met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd.