ECLI:NL:CRVB:2015:2872
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- E.W. Akkerman
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerde herziening WAO-uitkering wegens beperkingen hand- en vingergebruik
Appellant, sinds 1979 werkzaam als onderhoudsmonteur, kreeg sinds 2000 een WAO-uitkering vanwege gezondheidsklachten. Na een verkeersongeval in 2010 verslechterde zijn toestand, waarna hij een hogere WAO-uitkering aanvroeg. Het UWV verhoogde de uitkering, maar verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functionele beperkingen voldoende waren gemotiveerd.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, met name vermoeidheid en handfuncties. De Raad concludeert dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was voor beperkingen op hand- en vingergebruik. De gebruikte termen zoals “hoogfrequent” en “bovennormaal” zijn onvoldoende toegelicht, waardoor de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist is.
De Raad constateert ook dat de geschiktheid van de voorgehouden functies onvoldoende is gemotiveerd, mede door onduidelijkheden over de handmatige belasting in die functies. Daarom draagt de Raad het UWV op om binnen zes weken de medische grondslag te verduidelijken, de FML aan te passen en de geschiktheid van functies opnieuw te motiveren, zodat het geschil definitief kan worden beslecht.
Uitkomst: Het UWV krijgt opdracht om het medisch onderzoek en de motivering van beperkingen op hand- en vingergebruik te verduidelijken en de geschiktheid van functies opnieuw te motiveren.