ECLI:NL:CRVB:2015:2784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken verzekering op eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet WIA met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 8 juli 2010. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat appellant op die datum niet verzekerd was. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat uit de Suwinet-gegevens bleek dat appellant tot 4 oktober 2009 werkzaam en verzekerd was, maar niet meer op 7 juli 2010.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel verzekerd was en dat de rechtbank zijn bewijs onvoldoende had meegewogen, mede vanwege een ongelijke bewijslastverdeling. Ook stelde hij dat het Uwv tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht. Het Uwv handhaafde het standpunt dat appellant niet verzekerd was en dat het aan appellant was om het tegendeel aannemelijk te maken.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat appellant onvoldoende controleerbare gegevens had overgelegd om aan te tonen dat hij na 4 oktober 2009 nog werkzaam was als uitzendkracht. Het door appellant aangevoerde beoordelingsformulier werd niet als bewijs erkend. Ook was er geen aanleiding om te oordelen dat het Uwv zijn onderzoeksplicht had verzaakt.
Daarmee faalt het hoger beroep en wordt de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.