ECLI:NL:CRVB:2015:2782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen WGA-uitkeringsbesluit wegens ontbreken procesbelang
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, waarbij haar arbeidsongeschiktheid aanvankelijk op 60% werd vastgesteld. Latere besluiten van het UWV stelden vast dat zij vanaf oktober 2010 volledig arbeidsongeschikt was en dat haar uitkering ongewijzigd werd voortgezet tot december 2012, waarna zij aanspraak maakte op een WGA-loonaanvullingsuitkering.
Appellante stelde bezwaar tegen de medische beoordeling die ten grondslag lag aan het besluit over haar uitkering, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat appellante tijdens de loongerelateerde uitkering ten minste twee maanden een arbeidsongeschiktheid van meer dan 80% had, waardoor zij geen belang had bij een inhoudelijke beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, stellende dat zij belang had bij een medische urenbeperking vanwege mogelijke toekomstige re-integratieverplichtingen. De Raad oordeelde echter dat dit geen procesbelang oplevert, mede omdat appellante in de periode in kwestie geen re-integratieverplichtingen had en toekomstige verplichtingen in een aparte procedure kunnen worden aangevochten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.