ECLI:NL:CRVB:2015:2741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WGA-vervolguitkering bij 62% arbeidsongeschiktheid na medisch onderzoek
Appellant, voormalig magazijnchef, meldde zich ziek met rugklachten en kreeg een WGA-uitkering op basis van 62% arbeidsongeschiktheid. Na diverse medische onderzoeken en bezwaren verklaarde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd. Appellant stelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat zijn beperkingen waren toegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en stelt dat de verzekeringsartsen alle relevante medische informatie hebben betrokken en dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid.
Verder werd het argument van appellant dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij behandelaars verworpen. Ook het latere besluit van het UWV over een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per 1 december 2013 leidt niet tot een ander oordeel over de situatie ten tijde van het bestreden besluit.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WGA-vervolguitkering op basis van 62% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.