ECLI:NL:CRVB:2015:260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging bijstand op grond van co-ouderschap vanaf 12 april 2012
Appellant diende op 12 april 2012 een aanvraag in voor bijstand op grond van de norm voor alleenstaande ouders, omdat hij samen met zijn ex-partner de zorg voor hun minderjarige zoon deelt. Het bestuur verleende bijstand naar de norm voor alleenstaanden, omdat appellant geen verklaring van de ex-partner over de zorgverdeling had overgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep overlegde appellant alsnog een door hem en zijn ex-partner ondertekend ouderschapsplan en een verklaring van de ex-partner waarin werd bevestigd dat de zorg fiftyfifty werd verdeeld sinds 2012. Het bestuur had appellant de gelegenheid gegeven deze verklaring te overleggen.
De Raad stelt vast dat appellant met de nieuwe stukken aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanaf 12 april 2012 co-ouder was en dat het bestuur de bijstand dienovereenkomstig had moeten vaststellen. De eerdere besluiten worden vernietigd en het bestuur wordt opgedragen de bijstand met ingang van die datum te verhogen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, mede omdat appellant de relevante stukken pas in hoger beroep heeft overgelegd. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit van 10 december 2012 en het bestuur moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Appellant heeft recht op bijstand met co-ouderschapsverhoging vanaf 12 april 2012.