ECLI:NL:CRVB:2015:2580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, voormalig tandartsassistente, viel uit wegens long-, psychische en gewrichtsklachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen WIA-uitkering ontvangt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de cognitieve klachten niet eenduidig aan een objectiveerbare ziekte waren toe te schrijven.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onvoldoende waren vastgesteld en dat er wel degelijk sprake was van een eenduidige klinische stoornis, gebaseerd op een neuropsychologisch onderzoek en aanvullende rapporten. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig en concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordeling standhouden. De Raad vond geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en oordeelde dat de beperkingen niet zodanig waren dat zij aanspraak maakte op een WIA-uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.