ECLI:NL:CRVB:2015:2470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen schorsingsbesluit Ziektewet-uitkering
Betrokkene ontving vanaf 18 januari 2013 een Ziektewet-uitkering. Na het niet verschijnen op het spreekuur van de bedrijfsarts schortte het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering per 21 maart 2013 op. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en gaf opdracht tot een nieuwe beslissing, omdat betrokkene volgens de rechtbank nog belang had bij een inhoudelijk oordeel over het besluit, met name voor twee dagen ZW-uitkering.
In hoger beroep stelde het UWV dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de uitkering definitief was beëindigd en onduidelijk was over welke twee dagen betrokkene nog aanspraak kon maken. De Centrale Raad oordeelde dat het belang van betrokkene ontbrak omdat het resultaat niet meer bereikt kon worden en betrokkene dit niet nader had toegelicht. De rechtbank had dit niet onderkend en had het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.