ECLI:NL:CRVB:2015:2440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- W.J.A.M. van Brussel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid en weigering na-wettelijke uitkering
Appellante was in vaste dienst bij de gemeente Leudal en werd na reorganisaties en een burn-out uiteindelijk ontslagen wegens ongeschiktheid voor haar functie, anders dan wegens ziekte of gebrek. Het college had haar tijdelijk andere werkzaamheden opgedragen en na een re-integratietraject het ontslagbesluit genomen, waarbij het college stelde dat appellante zichzelf niet in staat achtte haar functie te vervullen binnen de overeengekomen uren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het ontslag onterecht was en dat het college willekeurig had gekozen voor de ontslaggrond ongeschiktheid in plaats van reorganisatie. Ook maakte zij bezwaar tegen het weigeren van een na-wettelijke uitkering na afloop van haar WW-uitkering. De Raad oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd dat het ontslag niet was gelegen in omstandigheden binnen de werksfeer, maar grotendeels te wijten was aan appellante zelf. De Raad verwierp haar verweren en bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank.
De Raad stelde vast dat appellante tijdens het re-integratietraject regelmatig uitviel wegens spanningsklachten zonder medisch onderliggend ziektebeeld en dat zij zich niet had aangepast aan de gewijzigde functie-eisen. Het college had de wens van appellante om 28 uur te werken gerespecteerd en had passende oplossingen overwogen, maar deze werden afgewezen. Het ontslag was daarom gerechtvaardigd. Ook de weigering van de na-wettelijke uitkering was terecht, omdat het ontslag niet binnen de werksfeer lag. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de bestreden besluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit en de weigering van de na-wettelijke uitkering worden bevestigd.