ECLI:NL:CRVB:2015:2367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door ongewenste fysieke aanrakingen van jonge leerlingen
Betrokkene was sinds 1999 werkzaam als docent bij een scholengemeenschap. Op 29 januari 2013 deden de ouders van twee twaalfjarige vrouwelijke leerlingen klachten over ongewenste aanrakingen tijdens bijlessen. De school voerde gesprekken met de leerlingen, ouders en betrokkene en legde hem op 1 maart 2013 ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende steunbewijs, omdat de verklaringen van de leerlingen niet ondersteund werden door ander bewijs en er geen schriftelijke verklaring van betrokkene was. De school nam een nieuw besluit waarbij het ontslag werd gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de disciplinaire straf gebaseerd mag zijn op een eigen feitenvaststelling zonder de strikte strafrechtelijke bewijsregels. De verklaringen van de leerlingen werden als betrouwbaar beoordeeld, mede omdat zij onafhankelijk en consistent waren en overeenkwamen met politieverklaringen. Betrokkene had de aanrakingen erkend, hoewel hij stelde dat deze onbewust en zonder kwade bedoelingen waren.
De Raad vond dat betrokkene de professionele afstand had geschonden en het gevoel van veiligheid van de leerlingen ernstig had aangetast, wat plichtsverzuim opleverde dat ontslag rechtvaardigde. Het beroep van betrokkene werd verworpen, het eerdere vonnis vernietigd en het ontslagbesluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard.