ECLI:NL:CRVB:2015:2352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
B ontving sinds 1996 bijstand als alleenstaande en stond ingeschreven op een adres te Capelle aan den IJssel. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij bleek dat appellant en B een gezamenlijke huishouding voerden op het uitkeringsadres. Dit werd onder meer bevestigd door verbruiksgegevens, waarnemingen en verklaringen.
Het college besloot de bijstand vanaf 1 april 2011 in te trekken en de kosten terug te vorderen van B en appellant, omdat appellant mede met zijn middelen rekening had moeten worden gehouden en B haar inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak, oordelend dat voldoende feitelijke grondslag bestaat voor het gezamenlijke hoofdverblijf en dat appellant mede aansprakelijk is voor de terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.