ECLI:NL:CRVB:2015:2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na zelf ontslag nemen
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd per 11 november 2011 en verklaard zelf ontslag te hebben genomen vanwege gezondheidsklachten door rook op de werkvloer. Het UWV heeft vastgesteld dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en de uitkering geweigerd. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever met wederzijds goedvinden was beëindigd. De werkgever bevestigde echter dat appellant zelf het ontslag heeft genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald, maar zonder voldoende bewijs. De Raad oordeelt dat het initiatief voor het ontslag bij appellant lag en dat geen omstandigheden zijn gebleken die het ontslag redelijkerwijs noodzakelijk maakten.
Daarmee is appellant verwijtbaar werkloos geworden en kan het UWV de uitkering weigeren. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden door zelf ontslag te nemen, waardoor de WW-uitkering wordt geweigerd.