Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand naar de norm voor gehuwden tot zij in juni 2012 meldde dat haar echtgenoot haar had verlaten en zij als alleenstaande ouder bij haar ouders woonde. Het college verleende haar vervolgens bijstand volgens de norm voor een alleenstaande ouder. Na een onderzoek stelde het college vast dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, omdat zij regelmatig contact hadden, samen op vakantie gingen en gezamenlijke financiële verplichtingen deelden.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 1 september 2012 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat de echtgenoten ieder een eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd, en dat dit niet het geval was.
Appellante stelde dat het college ambtshalve de bijstand naar de norm voor gehuwden had moeten vaststellen, maar de Raad verwierp dit omdat geen aanvraag daartoe was ingediend. De Raad concludeerde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en dat appellante ten onrechte bijstand als alleenstaande ontving. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.