ECLI:NL:CRVB:2015:2263
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens ontbreken betalingsonmacht bij griffierecht in bestuursrechtelijke zaak
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht van €115,-. Hij stelde dat hij in betalingsonmacht verkeerde en dat de gehanteerde inkomensgrens van 90% van de bijstandsnorm onredelijk was en in strijd met het recht op toegang tot de rechter.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat vrijstelling van griffierecht mogelijk is indien het netto-inkomen van de rechtzoekende minder bedraagt dan 90% van de bijstandsnorm en er geen vermogen is om het griffierecht te betalen. Appellant erkende dat zijn inkomen hoger was dan deze grens.
De Raad oordeelt dat bij een inkomen boven deze grens geen sprake is van betalingsonmacht en dat de heffing van griffierecht de toegang tot de rechter niet belemmert. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij betalingsonmacht had om het griffierecht te voldoen.