ECLI:NL:CRVB:2015:224

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 januari 2015
Publicatiedatum
29 januari 2015
Zaaknummer
11-4905 AW-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak over vergoeding kosten bezwaar en hoger beroep ambtenaar

De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 januari 2015 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 23 januari 2014. De rectificatie betreft onjuistheden in de oorspronkelijke uitspraak met betrekking tot de vergoeding van kosten die betrokkene maakte in bezwaar en hoger beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.

In de oorspronkelijke uitspraak was onterecht vermeld dat de proceskostenveroordeling ook een beslissing inhield over de kosten in bezwaar, terwijl dit aan het college was om nader te beoordelen op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad heeft het standpunt van het college hierover niet gevolgd.

De rectificatie wijzigt onder meer de aanduiding van 'appellant' naar 'betrokkene' en verduidelijkt dat het college het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar niet had beoordeeld, terwijl aan de vereisten van artikel 7:15 Awb Pro was voldaan. De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 25 september 2013 voor zover daarin geen beslissing is genomen over de kostenvergoeding en veroordeelt het college tot vergoeding van in totaal € 2.191,50 aan kosten in bezwaar en hoger beroep.

Daarnaast wordt het door betrokkene betaalde griffierecht van € 227,- vergoed. De rectificatie is openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten in bezwaar en hoger beroep van in totaal € 2.191,50 en het griffierecht van € 227,-.

Uitspraak

11/4905 AW-R, 11/4915 AW-R, 12/436 AW-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 januari 2014, 11/4905 AW, 11/4915 AW, 12/436 AW
Partijen:
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (college)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, mede aan de hand van een reactie van het college op de uitspraak van
23 januari 2014, vastgesteld dat in die uitspraak onjuistheden staan vermeld.
Betrokkene heeft zich schriftelijk uitgelaten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.

OVERWEGINGEN

1. De Raad volgt het college niet in het standpunt dat de uitspraak van 23 januari 2014 een kennelijke fout bevat voor zover daarbij een vergoeding is toegekend voor de kosten in bezwaar. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit van 25 augustus 2010 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak bracht mee dat het aan het college was om nader te beoordelen of in dit geval is voldaan aan de vereisten van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en om een (nieuwe) beslissing te nemen op het verzoek van betrokkene om vergoeding van de kosten in bezwaar. Gelet daarop kan de in de aangevallen uitspraak opgenomen proceskostenveroordeling voor de in beroep gemaakte proceskosten niet, zoals het college heeft aangevoerd, worden geacht mede een beslissing in te houden over de kosten in bezwaar, waartegen betrokkene hoger beroep had kunnen instellen.
2. Wel is er aanleiding de uitspraak van 23 januari 2014 als volgt te verbeteren.
2.1.
De uitspraak van 23 januari 2014 moet in de eerste plaats aldus worden verbeterd dat daar waar “appellant” is vermeld, “betrokkene” moet worden gelezen.
2.2.
Verder komen rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 3.1 te luiden als volgt:
“2.1. Vastgesteld moet worden dat er met betrekking tot de hoogte van het terugvorderingsbedrag geen geschil meer bestaat. De opmerking van betrokkene dat rekening moet worden gehouden met hetgeen hij inmiddels heeft voldaan, betreft de invordering van het terug te vorderen bedrag. Dit valt buiten de omvang van het geding. Dat het college rekening houdt met hetgeen al is voldaan, blijkt overigens uit het besluit van 25 september 2013. Dit besluit komt in zoverre niet tegemoet aan het beroep daartegen dat is nagelaten daarbij mede een beslissing te nemen over het door betrokkene gedane verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar. In dit geval is voldaan aan de vereisten van artikel 7:15, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor vergoeding door het college van de kosten van betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar. Het beroep tegen het besluit van 25 september 2013 zal gegrond worden verklaard en dat besluit zal worden vernietigd voor zover daarbij geen beslissing is gegeven over het desbetreffende verzoek. De Raad zal het college veroordelen tot vergoeding aan betrokkene van de kosten in bezwaar. Deze kosten worden begroot op € 974,- voor verleende rechtsbijstand.
3.1.
De Raad ziet verder aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten zijn begroot op € 1.217,50 voor verleende rechtsbijstand.”
2.3.
Verder komt de rubriek beslissing als volgt te luiden:
“De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is geoordeeld dat bij de vaststelling
van de hoogte van de inkomsten de verschuldigde vennootschapsbelasting buiten
beschouwing moet worden gelaten;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 10 januari 2012 gegrond en vernietigt dit besluit;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 25 september 2013 gegrond voor zover daarbij
geen beslissing is genomen over de vergoeding van de kosten in bezwaar en vernietigt dit
besluit in zoverre;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene in bezwaar en hoger beroep tot
een bedrag van in totaal € 2.191,50;
- bepaalt dat het college het door betrokkene in hoger beroep betaalde griffierecht van € 227,-
vergoedt.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 23 januari 2014, 11/4905 AW, 11/4915 AW en 12/436 AW als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan als voorzitter en E.J.M. Heijs en C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2015.
(getekend) K.J. Kraan
(getekend) S.K. Dekker

HD