ECLI:NL:CRVB:2015:2237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische beperkingen en comorbiditeit met lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid per 12 april 2006.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De Raad stelde een onafhankelijke deskundige aan die concludeerde dat appellante door ernstige psychische stoornissen niet in staat was om arbeid te verrichten, ook niet per 12 april 2006.
Het UWV had een tegenrapportage ingediend, maar de Raad volgde het deskundigenrapport als beter gemotiveerd. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en herroept het besluit van 28 april 2011, waarbij werd vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De Raad bepaalt dat appellante vanaf 12 april 2006 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 28 april 2011 wordt herroepen en appellante komt vanaf 12 april 2006 in aanmerking voor een IVA-uitkering.