ECLI:NL:CRVB:2015:2233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde schoonmaakwerkzaamheden
Betrokkene ontving sinds april 2009 bijstand volgens de WWB. De gemeente Eindhoven stelde een onderzoek in nadat werd gemeld dat betrokkene werkzaamheden verrichtte voor een schoonmaakbedrijf, zonder dit te melden. Op basis van dit onderzoek trok de gemeente de bijstand in vanaf juni 2009 en vorderde €37.014,10 terug.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene pas vanaf oktober 2010 werkzaamheden verrichtte, waardoor de intrekking en terugvordering vanaf juni 2009 onterecht was. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat getuigenverklaringen voldoende bewijs boden dat betrokkene al vanaf juni 2009 werkzaamheden verrichtte. Latere intrekkingen van verklaringen door getuigen werden niet doorslaggevend geacht. Ook de verklaring van een directeur en andere bewijsstukken ondersteunden dit standpunt.
De Raad concludeerde dat betrokkene haar inlichtingenverplichting over de gehele periode had geschonden en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand is terecht.