ECLI:NL:CRVB:2015:2225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht over woonadres
Appellant ontving sinds mei 2012 bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Het college stelde een onderzoek in naar zijn woonsituatie vanwege twijfels over de rechtmatigheid van de bijstand. Unitmedewerkers deden huisbezoeken op het uitkeringsadres, waarbij appellant niet werd aangetroffen en er geen persoonlijke bezittingen aanwezig waren. Op basis hiervan trok het college de bijstand per 30 januari 2013 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat getuigen verklaarden dat hij op het uitkeringsadres woonde en dat het rapport van het college niet objectief was. De Raad oordeelde dat de verklaringen van getuigen onvoldoende bewijs boden en dat het rapport gebaseerd was op concrete feiten en omstandigheden.
De Raad stelde vast dat appellant verplicht is juiste en volledige informatie te verstrekken over zijn woonadres, wat essentieel is voor het recht op bijstand. Het hoger beroep slaagde niet, en de intrekking van de bijstand werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van juiste en volledige informatie over het woonadres.