ECLI:NL:CRVB:2015:219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Aanvraag invaliditeitspensioen afgewezen na dienstongeval tijdens oorlogsnabootsende militaire oefening
Betrokkene, een militair, raakte tijdens een eindoefening onder verzwarende omstandigheden gewond. De oefening bootste specifieke oorlogsomstandigheden na waarbij deelnemers slechts beperkt beschermd waren, wat leidde tot een verhoogd risico op letsel. Na het ongeval werd bij betrokkene een diepe veneuze trombose en posttrombotisch syndroom vastgesteld.
De Minister van Defensie wees het verzoek om invaliditeitspensioen af, stellende dat het ongeval een bedrijfsongeval was en niet onder buitengewone omstandigheden viel. De rechtbank oordeelde echter dat het ongeval een dienstongeval betrof, gelet op de aard van de oefening en het verhoogde risico.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en verwierp het standpunt van de Minister dat alleen bij het niet naleven van Arbo-veiligheidsvoorschriften sprake kon zijn van buitengewone omstandigheden. De Raad benadrukte dat het doel van de oefening was om oorlogsomstandigheden na te bootsen met een verhoogd risico, mede doordat beschermende middelen beperkt waren en fysiek geweld werd toegepast zonder ingrijpen.
De Raad veroordeelde de Minister tevens in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht door de Minister wordt betaald. Hiermee is de afwijzing van het invaliditeitspensioen onterecht verklaard en dient een nieuw besluit te worden genomen.
Uitkomst: De afwijzing van het invaliditeitspensioen wordt vernietigd en het ongeval wordt aangemerkt als dienstongeval.