Uitspraak
28 december 2012, 12/818 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een WIA-uitkering toe te kennen op grond van vermeende toegenomen beperkingen. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek concludeerde het UWV dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds de eerdere beoordeling in 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen, waaronder hyperventilatie, hartkloppingen en fibromyalgie, waren toegenomen en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de bijwerkingen van medicatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek adequaat was en dat de medische informatie, waaronder een rapport van een reumatoloog, geen aanleiding gaf tot herziening van het standpunt. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.