ECLI:NL:CRVB:2013:773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige beperkingen
Appellante heeft een aanvraag om een WIA-uitkering ingediend na een periode van ziekte met klachten aan rug, knie, voet, bekken en psychische problemen. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 9,5% en de uitkering afgewezen. In bezwaar en beroep heeft appellante aangevoerd dat zij verdergaand beperkt is en dat de voorgehouden functies medisch niet passend zijn, evenals dat haar opleidingsniveau onjuist is vastgesteld.
De rechtbank Roermond heeft het beroep ongegrond verklaard en de medische en arbeidskundige grondslag van het UWV onderschreven. De rechtbank vond dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst rekening was gehouden met psychische klachten en dat de voorgehouden functies passend waren. Ook het opleidingsniveau was terecht vastgesteld.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling bevestigd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de door appellante overgelegde medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel, en dat de arbeidskundige beoordeling van de functies en het opleidingsniveau juist waren. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.